Autosnelweg
Een autosnelweg begint bij het bord F5 en eindigt bij F7. Er zijn geen kruispunten met verkeerslichten, en je rijdt er minstens 70 en hoogstens 120 km/u.
De regels van de autosnelweg gelden vanaf de plaats waar het bord F5 staat. Je komt er alleen op via een oprit en je gaat eraf via een afrit. Daarin verschilt hij van de autoweg, waar wel kruispunten en verkeerslichten kunnen voorkomen.
De maximumsnelheid is 120 km/u, ook op de op- en afrit. De minimumsnelheid is 70 km/u: alleen het bord C43 kan een lagere opleggen. Wie op een vlakke weg geen 70 haalt, mag er niet op, net als voetgangers, fietsers, bromfietsen en landbouwvoertuigen. Met een voorlopig rijbewijs B mag je in België wel op de autosnelweg.
Je rijdt rechts en gebruikt de andere stroken alleen om in te halen. Bij het oprijden verleen je voorrang aan wie er al rijdt. Daar wordt niet geritst.
Op het examen
Vier gedragingen zijn hier overtredingen van de vierde graad, de zwaarste categorie: de dwarsverbinding gebruiken, keren, achteruitrijden en spookrijden. Dat geldt ook als je je afrit gemist hebt: dan rijd je door tot de volgende.
Ook slepen met een noodkoppeling is op de autosnelweg verboden, net als parkeren op de rijstroken, de pechstrook, de oprit of de afrit.
De borden erbij
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.