Naar de inhoud

Begrippen van A tot Z

De woorden die je op het theorie-examen tegenkomt, elk in twee zinnen. Wil je het helemaal weten, dan staat bij elk begrip de les waar het volledig uitgelegd wordt.

A

Aanhangwagen
Met een definitief rijbewijs B trek je een aanhangwagen tot 750 kg M.T.M., of zwaarder als auto en aanhangwagen samen niet boven 3500 kg M.T.M. komen.
Aardeweg
Een aardeweg is een weg die niet ingericht is voor voertuigen in het algemeen, zoals een landweg tussen velden. Wie er de rijbaan van oprijdt, verleent voorrang aan iedereen, ook van links.
ABS
ABS of het antiblokkeersysteem voorkomt dat je wielen blokkeren als je fel remt. Je auto blijft zo bestuurbaar, maar je remt er niet korter door.
AKBS (kinderzitje)
Een AKBS is een aangepast kinderbeveiligingssysteem, zoals een kinderzitje. Het is verplicht voor kinderen jonger dan 18 jaar die kleiner zijn dan 1,35 meter.
Alcohollimiet
De alcohollimiet in België is 0,5 promille in het bloed, of 0,22 mg per liter uitgeademde lucht. Voor professionele bestuurders is dat 0,2 promille.
Autosnelweg
Een autosnelweg begint bij het bord F5 en eindigt bij F7. Er zijn geen kruispunten met verkeerslichten, en je rijdt er minstens 70 en hoogstens 120 km/u.
Autoweg
Een autoweg is een weg voor motorvoertuigen tussen de borden F9 en F11. Anders dan op een autosnelweg kunnen er kruispunten en verkeerslichten zijn.

B

Bebouwde kom
De bebouwde kom begint bij het witte plaatsnaambord en eindigt bij hetzelfde bord met de naam doorstreept. Er geldt 50 km/u, in Brussel 30 km/u.
Beperkt eenrichtingsverkeer
Beperkt eenrichtingsverkeer is een eenrichtingsweg waar fietsers of bromfietsers klasse A in de tegenrichting mogen rijden, aangeduid met een onderbord.
Berm
De berm is de strook naast de rijbaan, voor voetgangers en soms voor geparkeerde voertuigen. Een gelijkgrondse berm ligt even hoog als de rijbaan.
Bijzondere overrijdbare bedding
Een bijzondere overrijdbare bedding is het stuk wegdek waar trams en bussen hun eigen baan hebben. Oversteken mag, erop rijden niet, behalve rond een hindernis.
Blauwe zone
Een blauwe zone is een zone met beperkte parkeertijd. Op werkdagen van 9 tot 18 uur leg je een parkeerschijf achter je voorruit, voor maximaal twee uur.
Busstrook
Een busstrook is een strook voor bussen, aangeduid met brede witte onderbroken strepen en het bord F17. Ze hoort niet bij de rijbaan.

D

Dode hoek
De dode hoek is de zone naast of achter je voertuig die je in je spiegels niet ziet. Elke auto heeft er een, en bij een vrachtwagen is hij veel groter.
Doorlopende witte streep
Een doorlopende witte streep mag je nooit overschrijden, ook niet om af te slaan of te keren. Over een onderbroken streep mag je wel, bijvoorbeeld om in te halen.

F

Fietspad
Een fietspad is een deel van de openbare weg voor fietsers en bromfietsers klasse A, aangeduid met een bord of met twee evenwijdige onderbroken strepen.
Fietssuggestiestrook
Een fietssuggestiestrook is een gekleurde strook op de rijbaan, zonder fietspadstrepen of bord. Het is geen fietspad: je mag erop rijden en parkeren.
Fietszone
Een fietszone, vroeger fietsstraat, is een zone waar fietsers voorgaan. Motorvoertuigen mogen er fietsers niet inhalen en rijden maximaal 30 km/u.
Fluohesje
Het fluohesje is een verplichte retroreflecterende veiligheidsvest. Bij pech op een autosnelweg of autoweg draagt de bestuurder het zodra hij uitstapt.

G

Gevarendriehoek
De gevarendriehoek is verplicht in elke auto. Bij pech zet je hem op minstens 30 meter, op de autosnelweg op 100 meter, zichtbaar van 50 meter ver.
Grootlicht
Grootlicht is je verste verlichting vooraan. Je schakelt naar dimlicht voor tegenliggers, als je iemand volgt op minder dan 50 meter en op goed verlichte wegen.

I

Inhalen
Inhalen is voorbijgaan aan een bestuurder die in beweging is. Een stilstaand voertuig passeren heet voorbijrijden, niet inhalen.

K

Kruisen
Kruisen is een tegenligger passeren. Dat gebeurt altijd rechts, en wie een hindernis aan zijn kant heeft, vertraagt en laat de tegenligger eerst voorbij.

M

M.B.T. (massa in beladen toestand)
De M.B.T. of massa in beladen toestand is wat je voertuig op een bepaald moment echt weegt: auto, inzittenden en lading samen, zoals op een weegbrug.
M.T.M. (maximaal toegelaten massa)
De M.T.M. of maximaal toegelaten massa is het hoogste totale gewicht dat een voertuig mag hebben, bepaald door de fabrikant. Rijbewijs B gaat tot 3500 kg.
Manoeuvre
Een manoeuvre is een beweging zoals van rijstrook veranderen, keren, achteruitrijden of wegrijden. Wie een manoeuvre uitvoert, verleent voorrang aan iedereen.
Mistlicht
Mistlichten zijn extra lichten voor slecht zicht. Het achtermistlicht moet aan bij minder dan 100 meter zicht door mist of sneeuw, en bij felle regen.

O

Oversteekplaats voor fietsers
Een oversteekplaats voor fietsers is een oversteek voor fietsers en bromfietsers. Wie er al op rijdt, heeft voorrang. Wie ze nog nadert, heeft dat niet.
Overtredingsgraad
De wegcode deelt overtredingen in vier graden in, van de lichte eerste tot de zware vierde graad. De derde en vierde graad tellen op het examen als zware fout.
Overweg
Een overweg is de plaats waar een weg een spoorlijn kruist. Oprijden terwijl de slagbomen dicht zijn of de rode lichten knipperen, is een zware overtreding.

P

Pechstrook
De pechstrook is de strook rechts naast de rijbaan van een autosnelweg of een autoweg. Ze dient voor pech, ongevallen en hulpdiensten: je mag er niet op rijden.

R

Reactietijd
De reactietijd is de tijd tussen het zien van een gevaar en het moment dat je voet op de rem staat. De afstand die je dan aflegt, heet de reactieafstand.
Rechts inhalen
Rechts inhalen mag maar in twee gevallen: bij een voorligger die links pinkt en zich al links heeft opgesteld, en bij een tram die de rijbaan volgt.
Reddingsstrook
Een reddingsstrook is de vrije doorgang die je bij file vormt voor hulpdiensten: de linkerrijstrook gaat uiterst links, alle andere schuiven naar rechts.
Remafstand
De remafstand is het stuk weg tussen het moment dat je voet op de rem gaat en het moment dat je auto stilstaat. Hij groeit met het kwadraat van je snelheid.
Rijbaan
De rijbaan is het deel van de openbare weg dat bestemd is voor het voertuigenverkeer in het algemeen. Fietspad, voetpad, berm en busstrook horen er niet bij.
Rijbaanversmalling
Een rijbaanversmalling is een plaats waar de rijbaan smaller wordt. Zonder borden laat wie de hindernis aan zijn kant heeft de tegenligger eerst voorbijgaan.
Ritsen
Ritsen is om beurten invoegen, vlak vóór de plaats waar een rijstrook ophoudt. Het is verplicht bij sterk vertraagd verkeer en geldt niet als manoeuvre.
Rotonde
Op een rotonde geldt geen voorrang van rechts. Wie de rotonde oprijdt, verleent voorrang, en je pinkt alleen rechts om de rotonde te verlaten.

S

Schoolstraat
Een schoolstraat is een straat bij een school die bij het begin en einde van de schooldag afgesloten wordt voor motorvoertuigen, met bord C3 en een onderbord.
Speelstraat
Een speelstraat is tijdelijk voorbehouden om te spelen. Alleen bewoners en enkele uitzonderingen mogen erin rijden, en dan uitsluitend stapvoets.
Stapvoets
Stapvoets rijden is rijden in het tempo van een wandelende volwassene, ongeveer 5 à 6 km/u. Zo rijd je in een speelstraat, schoolstraat en voetgangerszone.
Stilstaan en parkeren
Stilstaan is niet langer stilstaan dan nodig om mensen te laten in- of uitstappen of om te laden en te lossen. Alles wat langer duurt, is parkeren.
Stopafstand
De stopafstand is de afstand die je aflegt vanaf het moment dat je een gevaar ziet tot je volledig stilstaat: de reactieafstand plus de remafstand.

T

Tripleren
Tripleren is inhalen wie zelf al aan het inhalen is, zodat jullie met drie naast elkaar rijden. Dat is verboden, tenzij er drie of meer rijstroken in jouw richting zijn.

V

Veilige volgafstand
De veilige volgafstand is de ruimte die je laat tot je voorligger. Vuistregel: je snelheid gedeeld door twee, in meter. Bij 100 km/u is dat 50 meter.
Verdrijvingsvlak
Een verdrijvingsvlak is een zone met brede schuine witte strepen op het wegdek. Je mag er niet op rijden, niet stilstaan en niet parkeren.
Verhoogde inrichting
Een verhoogde inrichting is een verkeersdrempel dwars op de weg die de snelheid moet matigen. Met de juiste borden of in een zone 30 rijd je er maximaal 30 km/u over. Stilstaan mag er niet.
Vervallenverklaring
Bij een vervallenverklaring ontneemt de politierechter je het recht tot sturen, van 8 dagen tot 5 jaar. Ze verschilt van de intrekking, die de politie langs de weg doet.
Voetgangerszone
Een voetgangerszone begint bij het bord F103 en eindigt bij F105. Wie er uitzonderlijk mag rijden, rijdt stapvoets en laat de voetgangers voorgaan.
Voorlopig rijbewijs
Met een voorlopig rijbewijs B oefen je voor het praktijkexamen: het model 36 met begeleider, het model 18 zonder begeleider, na 20 uur rijles.
Voorrang van rechts
Voorrang van rechts is de basisregel op een kruispunt: je laat de bestuurder die van rechts komt voorgaan, tenzij een agent, licht of bord iets anders zegt.
Voorrang verlenen
Voorrang verlenen betekent dat je pas verder rijdt als dat kan zonder gevaar voor een ongeval. Het is niet hetzelfde als stoppen, behalve aan het stopbord B5.
Voorrangsweg
Een voorrangsweg is een weg waarop het dwarsverkeer jou voorrang moet verlenen. Hij begint bij de gele ruit B9 en eindigt bij de doorstreepte ruit B11.

W

Waarschuwingsknipperlichten
Waarschuwingsknipperlichten laten alle richtingaanwijzers tegelijk knipperen. Je gebruikt ze alleen bij pech, gevallen lading, schoolvervoer of dreigend gevaar.
Woonerf
Een woonerf is een straat waar voetgangers de hele breedte van de weg mogen gebruiken en kinderen mogen spelen. Je rijdt er maximaal 20 km/u.

Z

Zebrapad
Een zebrapad is een oversteekplaats voor voetgangers. Wie erop stapt of duidelijk op het punt staat over te steken, krijgt voorrang, tenzij lichten of een agent het verkeer regelen.
Zijdelingse afstand
De zijdelingse afstand is de ruimte die je naast een fietser of voetganger laat: minstens 1 meter binnen de bebouwde kom en 1,5 meter erbuiten.
Zone 30
Een zone 30 is een gebied van een of meer straten tussen de borden F4a en F4b. Je rijdt er overal maximaal 30 km/u, tot aan het eindebord.