Pechstrook, pech en ongeval
Ongeveer 2 minuten lezen
In dit hoofdstuk: Les 5 van 7 · 9 min

De pechstrook ligt rechts naast de rijbaan, achter de brede witte streep. Ze is er alleen voor pech en ongevallen. Je mag er niet rijden, niet stilstaan en niet parkeren, ook niet even om je gsm op te nemen.
Hulpdiensten en takelwagens die naar een ongeval moeten, mogen er wel op rijden. Leiden oranje markeringen je bij werken over de pechstrook, dan volg je die.
Val je stil of heb je een ongeval:
- Zet je auto zo ver mogelijk rechts, op de pechstrook.
- Zet je waarschuwingsknipperlichten aan.
- Trek je fluohesje aan vóór je uitstapt. Voor de bestuurder is dat verplicht, voor passagiers verstandig.
- Zet de gevarendriehoek minstens 100 meter achter je auto. Naderende bestuurders moeten hem van 50 meter ver zien.
- Wacht achter de vangrail.
Bel dan je pechdienst, of 112 als er gewonden zijn of je auto gevaarlijk staat. Het getal op de hectometerpaaltjes zegt de hulpdiensten waar je bent.
Verplicht in elke auto:
- een fluohesje
- een gevarendriehoek
- een verbanddoos
- een brandblusser
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.