Pech en gevallen lading
Ongeveer 2 minuten lezen
In dit hoofdstuk: Les 1 van 5 · 8 min

Heb je pech, zet je auto dan weg zoals je zou parkeren. Lukt dat niet, of kan hij alleen staan waar stilstaan en parkeren verboden zijn, dan plaats je de gevarendriehoek. Dat moet ook als je lichten stuk zijn en je auto niet te zien is van op ongeveer 100 m.
De driehoek staat rechtop achter je auto, aan de kant van het verkeer dat eraan komt:
| Waar | Afstand |
|---|---|
| Gewone weg en autoweg | minstens 30 m |
| Autosnelweg | minstens 100 m |
| Bebouwde kom, als 30 m niet lukt | dichterbij, desnoods op de auto |
Overal moet hij zichtbaar zijn van op ongeveer 50 m. Je mag er je waarschuwingsknipperlichten bij aanzetten, of een draagbaar oranjegeel knipperlicht plaatsen.
Fluohesje. Sta je met pech op een autosnelweg of autoweg waar je niet mag stoppen of parkeren, dan draag je als bestuurder een fluohesje zodra je uitstapt. Voor passagiers is het niet verplicht.
Gevallen lading die je niet meteen kunt opruimen, signaleer je op dezelfde manier.
Ben je er niet, of weiger je, dan mag de politie je auto laten wegslepen, op een autosnelweg of autoweg altijd. Kosten en risico zijn voor jou.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.