Je snelheid aanpassen
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 3 van 4 · 6 min
- Kijken, verwachten, handelen
- De kwetsbare weggebruiker
- Je snelheid aanpassen
- Gevaarherkenning op het examen

Het bord geeft een maximum, geen advies. Je past je snelheid aan aan de omstandigheden, zodat je altijd kunt stoppen voor een hindernis die je kunt voorzien.
Je houdt rekening met:
- andere weggebruikers, vooral de kwetsbare
- het weer en het zicht
- de staat van de weg: nat, bladeren, putten
- de plek: een bocht, een smalle straat, een school
- hoe druk het is
- de staat en de lading van je auto
Je snelheid mag geen ongeval veroorzaken, maar ook het verkeer niet hinderen. Te traag rijden zonder reden, of plots remmen zonder dat het nodig is, mag dus evenmin. Wil je flink vertragen, dan toon je dat met je remlichten.
Hou genoeg afstand van je voorligger: in meter ongeveer je snelheid gedeeld door twee. Nader je dieren op de weg, zoals paarden of koeien, dan vertraag je. Tonen ze angst, dan stop je.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.