Hoofdstukken · 12
Inhalen en voorbijrijden
8 lessen · 8 min
Alles begint bij één vraag: rijdt het voertuig vóór je? Dan haal je in. Staat het stil? Dan rijd je voorbij, en de inhaalregels gelden niet.
Daarna leer je:
- de zes vragen die je jezelf stelt voor je uitwijkt;
- hoe je inhaalt: links pinken, inhalen, rechts pinken en terug naar rechts;
- hoeveel ruimte je laat aan een fietser of voetganger;
- de twee gevallen waarin je rechts inhaalt;
- wanneer sneller rijden dan de strook naast je geen inhalen is.
In dit hoofdstuk
- 1Inhalen of voorbijrijden?Je weet wanneer de wegcode van inhalen spreekt en wanneer van voorbijrijden.1 min
- 2Vragen vóór je inhaaltJe kent de zes vragen die je jezelf stelt voordat je aan een inhaalmanoeuvre begint.1 min
- 3Hoe inhalen? Richtingaanwijzer en afstandJe weet in welke drie stappen je inhaalt, hoeveel afstand je houdt en wat je moet doen als je zelf ingehaald wordt.1 min
- 4Twee voertuigen inhalenJe weet wanneer je tussendoor terug naar rechts moet en wanneer je links mag blijven.1 min
- 5Inhalen van fietser, bromfietser, voetgangerJe weet hoeveel zijdelingse afstand je houdt bij het inhalen van een fietser of voetganger.1 min
- 6Rechts inhalen: alleen in 2 gevallenJe weet in welke twee gevallen rechts inhalen wél mag, en wat je doet bij een tram aan een halte.1 min
- 7Wat telt niet als inhalen?Je weet in welke drie situaties sneller rijden dan de strook naast je geen inhalen is, en welk verbod dan toch blijft.1 min
- 8Motorfietsen bij fileJe weet waar motorfietsers bij file mogen rijden en welke twee snelheidsgrenzen daarbij horen.1 min