Banden
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 6 van 7 · 7 min

Versleten banden of een te lage bandenspanning geven een langere remafstand, een hoger verbruik en een slechtere wegligging.
- Profiel: minstens 1,6 mm in de hoofdgroeven. Dat is een absoluut minimum: onder 2 mm stijgt de kans op aquaplaning al.
- Bandenspanning: zoals de fabrikant voorschrijft, op een sticker in de deurstijl of het tankklepje. Meet ze als de banden koud zijn.
- Per as: links en rechts hetzelfde type en dezelfde maat.
- Snelheid: een band moet geschikt zijn voor de topsnelheid van de auto.
Moet je ver rijden of zwaar laden, pomp de banden dan best zo’n 0,2 bar harder op. Een band verliest elke maand 3 tot 5 % van zijn spanning, en rubber wordt met de jaren harder. Slijtage-indicatoren in de groeven tonen wanneer de band op is. Een afgesleten band opnieuw laten insnijden is verboden.
| Op de flank | Betekenis |
|---|---|
| 205/55 R 16 91 V | 205 mm breed, hoogte 55 % van de breedte, Radiaalband, velg van 16 inch, belastingsindex 91 (hoeveel hij mag dragen), snelheidsindex V (hoe snel hij mag) |
| DOT 2324 | gemaakt in week 23 van 2024 |
Winterbanden zijn in België niet verplicht. Onder ongeveer 7 °C grijpen ze wel beter, en dan leg je ze best op alle vier de wielen. Sneeuwkettingen mag je alleen gebruiken op een weg met sneeuw of ijs. Spijkerbanden mogen van 1 november tot 31 maart, en dan rij je hoogstens 90 of 60 km/u.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.