Inhalen
Ook: links inhalen, voorbijrijden
Inhalen is voorbijgaan aan een bestuurder die in beweging is. Een stilstaand voertuig passeren heet voorbijrijden, niet inhalen.
Inhalen doe je in de regel links. Het woordverschil met voorbijrijden doet ertoe: aan inhalen hangen de inhaalverboden, de strepen en de plichten van de ingehaalde, aan voorbijrijden niet. Een geparkeerde bestelwagen passeren is dus geen inhalen, ook niet waar een inhaalverbod geldt.
Voor je inhaalt, vergewis je je ervan dat:
- de weg over voldoende afstand vrij is;
- geen achterligger al begonnen is met inhalen;
- je je plaats rechts weer kunt innemen zonder iemand te hinderen;
- je op zeer korte tijd kunt inhalen.
Dan: linker richtingaanwijzer, uitwijken, inhalen, rechter richtingaanwijzer en terug naar rechts zodra het kan. De ingehaalde moet zo ver mogelijk rechts houden en mag zijn snelheid niet opvoeren.
Op het examen
Let op de woorden in beweging. Wie rijdt, haal je in, hoe traag hij ook gaat. Wie al de maximumsnelheid rijdt, haal je in de praktijk niet in: dan zou je zelf te snel moeten rijden.
Verwar inhalen ook niet met kruisen. Inhalen doe je bij iemand die dezelfde richting uit gaat, kruisen bij een tegenligger. Het examen gebruikt de twee woorden bewust door elkaar.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.