Mistlicht
Ook: achtermistlicht, voormistlicht, mistlamp
Mistlichten zijn extra lichten voor slecht zicht. Het achtermistlicht moet aan bij minder dan 100 meter zicht door mist of sneeuw, en bij felle regen.
Er zijn twee soorten, en hun regels verschillen.
Voormistlichten mag je alleen gebruiken bij mist, sneeuwval of felle regen. Ze mogen je dim- of grootlicht vervangen, of er samen mee branden.
Achtermistlichten moeten aan, als je auto ze heeft, bij:
- mist of sneeuwval die het zicht beperkt tot minder dan 100 meter;
- felle regen.
In alle andere omstandigheden mogen ze niet branden. Een achtermistlicht is veel feller dan een gewoon achterlicht, en bij helder weer verbergt het je remlichten voor wie achter je rijdt.
Ook een stilstaand of geparkeerd voertuig mag bij mistig weer, sneeuwval of felle regen zijn achtermistlichten laten branden.
Op het examen
De 100 meter hoort alleen bij het achtermistlicht. Wie die grens ook bij het voormistlicht plakt, trapt in de klassieke val van dit onderwerp.
Kort samengevat: voormist mag bij slecht weer, achtermist moet bij zicht onder 100 meter of felle regen, en mag verder nooit.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.