Hoofdstukken · 17
Stilstaan en parkeren
7 lessen · 11 min
Stilstaan is niet langer stoppen dan nodig om iemand te laten in- of uitstappen, of om iets te laden of te lossen. Wat langer duurt, is parkeren.
Op sommige plaatsen mag je geen van beide, op andere wel even stilstaan maar niet parkeren. De afstanden op een rij:
| Niet stilstaan en niet parkeren | Waar |
|---|---|
| 1,50 m | de strook die je op de berm vrijlaat voor voetgangers |
| 5 m | vóór een oversteekplaats, van een kruispunt, van het einde van een fietspad |
| 20 m | vóór verkeerslichten en verkeersborden |
| Alleen niet parkeren | Waar |
|---|---|
| 1 m | voor en achter een ander voertuig |
| 3 m | de vrije doorgang die op de rijbaan overblijft |
| 15 m | aan weerszijden van het bord van een bus- of tramhalte |
In dit hoofdstuk
- 1Stilstaan of parkeren?Je weet waar de grens ligt tussen stilstaan en parkeren, en dat tanken en opladen als parkeren tellen.1 min
- 2Waar zet je je voertuigJe weet aan welke kant en op welke plek je voertuig hoort te staan, en hoeveel ruimte voetgangers houden.2 min
- 3Verboden stil te staan én te parkerenJe kent de plaatsen en afstanden waar je zelfs niet even mag stoppen om iemand te laten uitstappen.2 min
- 4Verboden te parkerenJe kent de plaatsen waar even stilstaan nog mag maar parkeren niet, de afstanden die daarbij horen en hoe lang je ergens mag blijven staan.2 min
- 5De blauwe zone en de parkeerschijfJe weet wanneer een parkeerschijf verplicht is, op welk streepje de pijl hoort te staan en wanneer je hem niet nodig hebt.2 min
- 6Betalend parkeren en het openen van portierenJe weet wat je doet als de parkeerautomaat stuk is, en hoe je veilig uitstapt zonder een fietser te raken.1 min
- 7Halfmaandelijks beurtelings parkerenJe weet aan welke kant van de straat je parkeert bij halfmaandelijks beurtelings parkeren, en wanneer je van kant wisselt.1 min