Verboden te parkeren
Ongeveer 2 minuten lezen
In dit hoofdstuk: Les 4 van 7 · 11 min

Op deze plaatsen mag je even stilstaan, maar niet parkeren.
| Afstand | Waar |
|---|---|
| 1 m | voor en achter een ander voertuig |
| 3 m | als er minder vrije doorgang overblijft op de rijbaan |
| 15 m | aan weerszijden van het bord van een bus-, tram- of trolleybushalte |
Zonder vaste afstand:
- voor een inrit, behalve met je eigen nummerplaat leesbaar op die inrit;
- waar je een ander voertuig belet om in te stappen of weg te rijden;
- waar je de toegang tot een parking naast de rijbaan verspert;
- waar voetgangers of fietsers de rijbaan op moeten om rond een hindernis te gaan;
- waar je de tram of de trein hindert;
- langs een gele onderbroken streep op de rand van de rijbaan;
- op de zijdelingse strook;
- op een plaats voor personen met een handicap, tenzij je de speciale kaart hebt;
- bij tweerichtingsverkeer tegenover een ander voertuig, als twee auto’s elkaar daardoor moeilijk kunnen kruisen.
Op deze rijbanen:
- een rijbaan met rijstroken, behalve bij het bord parkeren toegelaten of het bord dat parkeren voorbehoudt aan auto’s en motorfietsen;
- de rijbaan van een voorrangsweg, maar alleen buiten de bebouwde kom;
- de middelste van drie rijbanen;
- buiten de bebouwde kom de linkse van twee rijbanen, of de middenberm ertussen.
Ook waar parkeren mag, is er een grens:
| Voertuig | Hoogstens na elkaar |
|---|---|
| Aanhangwagen, of een auto die niet meer kan rijden | 24 uur |
| Reclamevoertuig | 3 uur |
| Binnen de bebouwde kom: zwaarder dan 7,5 ton | 8 uur, behalve bij het bord parkeren toegelaten of een parkeerbord voor vrachtauto’s of autocars |
Een voertuig langs de straat zetten om het te verkopen of te verhuren, mag niet.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.