Geen oversteekplaats
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 5 van 8 · 8 min

Steekt een voetganger over waar geen zebrapad ligt, dan moet hij voorrang verlenen aan het verkeer.
Toch blijf je opletten:
- je brengt een voetganger op de rijbaan niet in gevaar;
- je bent dubbel voorzichtig bij kinderen, ouderen en mensen met een handicap, zeker bij een blinde met een witte of gele stok. Je vertraagt en stopt zo nodig.
Loopt er een voetganger op de rijbaan, dan houd je 1 m afstand binnen de bebouwde kom en 1,5 m erbuiten. Lukt dat niet, dan rijd je stapvoets en stop je zo nodig.
Moet een voetganger de rijbaan op om rond een hindernis te gaan, laat dan naast die hindernis 1 m vrij. Kan dat niet en loopt er iemand, dan rijd je er stapvoets voorbij.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.