Halteplaats tram of bus
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 7 van 8 · 8 min

Rij je langs een bus of tram die stilstaat om reizigers te laten in- of uitstappen, dan matig je je snelheid. Dat geldt ook voor een autocar, minibus of trolleybus.
Stoppen moet je pas als er geen vluchtheuvel is én je langs de kant rijdt waar de reizigers in- en uitstappen. Dat is vooral zo bij een tram midden op de weg die je rechts voorbijrijdt: de reizigers stappen dan uit op jouw rijbaan. Je:
- stopt;
- laat hen veilig het voertuig, het trottoir of de berm bereiken;
- rijdt daarna verder met matige snelheid.
Binnen de bebouwde kom laat je een lijnbus die zijn richtingaanwijzer aanzet om zijn halte te verlaten, vertrekken als je in dezelfde richting rijdt. Je vertraagt en stopt zo nodig.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.