Zijdelingse afstand
De zijdelingse afstand is de ruimte die je naast een fietser of voetganger laat: minstens 1 meter binnen de bebouwde kom en 1,5 meter erbuiten.
| Waar | Minstens |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 1 meter |
| Buiten de bebouwde kom | 1,5 meter |
Die afstand geldt tegenover een voetganger op de rijbaan en tegenover een fietser of een bestuurder van een tweewielige bromfiets, ook als die op een fietspad rijdt. Ze geldt bij het inhalen én bij het kruisen.
Buiten de kom is de afstand groter omdat je er sneller rijdt. Een auto die aan 90 km/u passeert, duwt een luchtstroom voor zich uit die een fietser opzij zet.
Op het examen
De valkuil zit in wat je doet als de afstand niet lukt. Dan verklein je de afstand niet. Bij een fietser of bromfietser haal je niet in en blijf je erachter. Bij een voetganger op de rijbaan rijd je stapvoets en stop je zo nodig. Dat is geen advies maar de regel.
Een fietser inhalen zonder de verplichte afstand (1 meter, buiten de kom 1,5 meter) is een overtreding van de derde graad, dus een zware vraag.
Onthoud ook dat de bebouwde kom begint bij het witte plaatsnaambord. Een geel bord met de gemeentenaam verandert niets aan de afstand.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.