In staat zijn om te sturen
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 1 van 8 · 9 min
Je moet in staat zijn om te sturen: je hebt de lichamelijke geschiktheid, de kennis en de rijvaardigheid, en je hebt je voertuig de hele rit goed in de hand.
De wet zegt niet wat je ongeschikt maakt. Dat kan onder meer:
- alcohol;
- drugs en medicatie, ook die je van je arts kreeg;
- vermoeidheid;
- ziekte, zoals koorts of een migraine;
- afleiding, zoals een scherm, een gesprek of iets zoeken op de vloer.
Verlaat je je voertuig, neem dan de nodige voorzorgen zodat er geen ongeval kan gebeuren en niemand anders ermee kan wegrijden. Heeft je auto een diefstalbeveiliging, dan gebruik je die.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.