Hoofdstukken · 07
Voorrang en kruispunten
7 lessen · 7 min
Wie mag eerst? Dat is de vraag die op het examen het vaakst terugkomt: met en zonder borden, op een kruispunt, een rotonde of bij een tram.
Wie gaat voor op een kruispunt?
- Een agent of een werkend verkeerslicht: volg die.
- Een voorrangsbord: volg het bord.
- Niets van dat alles: voorrang van rechts.
Een tram gaat voor, tenzij een agent of een verkeerslicht het anders regelt.
De voorrangsborden
| Bord | Wat jij doet |
|---|---|
| Voorrang verlenen (omgekeerde driehoek) | voorrang verlenen, stoppen als het moet |
| Stop | altijd stoppen, dan voorrang verlenen |
| Voorrangsweg (gele ruit) | jij gaat voor, tot het einde van de voorrangsweg |
| Einde voorrangsweg | weer voorrang van rechts |
| Voorrang (driehoek met pijl) | jij gaat voor, op één kruispunt |
| Voorrang van rechts (driehoek met kruis) | wie van rechts komt, gaat voor |
In dit hoofdstuk
- 1Wat is voorrang verlenen?Je weet in welke volgorde je op een kruispunt beslist wie voorgaat, en dat voorrang verlenen iets anders is dan stoppen.1 min
- 2Voorrang van rechtsJe kent de basisregel van het Belgische verkeer en de gevallen waarin ze niet opgaat.1 min
- 3Voorrang verlenen en stoppenJe weet wat B1 en B5 van je vragen, en waarin het stopbord strenger is dan de omgekeerde driehoek.1 min
- 4De voorrangsweg en de voorrangsbordenJe herkent de borden die je voorrang géven en weet welk bord de voorrang van rechts juist bevestigt.1 min
- 5Het kruispunt op- en afrijdenJe weet wanneer je een kruispunt niet mag oprijden, en dat je het daarna mag vrijmaken zonder op groen te wachten.1 min
- 6De rotondeJe weet dat de voorrang van rechts op een rotonde niet geldt en wanneer je er wel en niet pinkt.1 min
- 7Trams en spoorvoertuigenJe weet dat een tram voorgaat, uit welke richting hij ook komt, tenzij een agent of verkeerslicht het anders regelt.1 min