Naar de inhoud

Hoofdstukken · 08

Verkeerslichten en bevelen

8 lessen · 9 min

In dit hoofdstuk

  1. 1Wie of wat gaat voor?Je weet dat een agent boven de lichten en borden gaat, die boven de gewone regels, en dat werkende lichten de voorrangsborden opzij zetten.1 min
  2. 2De bevelen van een agentJe herkent de gebaren van een agent, weet wie wel en wie geen bevelen mag geven, en wat negeren kost.1 min
  3. 3Rood, oranjegeel en groenJe weet waar het verkeerslicht staat dat voor jou geldt, wat rood, oranjegeel en groen van je vragen, en dat groen je geen voorrang geeft.1 min
  4. 4Pijlen bij de lichtenJe weet dat een pijl alleen voor zijn richting geldt, dat een groene pijl naast rood je laat rijden maar geen voorrang geeft, en wat een ontruimingspijl is.1 min
  5. 5Lichten voor voetgangers en fietsersJe weet voor wie de lichten met een figuurtje gelden, wanneer fietsers door rood mogen en aan welke stopstreep jij stopt bij een opstelvak.2 min
  6. 6KnipperlichtenJe weet dat je bij een oranjegeel knipperlicht dubbel voorzichtig doorrijdt, en dat dan de voorrangsborden of voorrang van rechts gelden.1 min
  7. 7Lichten boven de rijstrokenJe herkent het rode kruis, de groene pijl en de schuine oranjegele pijl boven een rijstrook, en weet wat elk van je vraagt.1 min
  8. 8De overwegJe weet wanneer je een overweg niet op mag, wat het maanwitte knipperlicht betekent en dat stilstaan op de sporen een van de zwaarste fouten is.1 min
Begin bij de eerste les