Trams en spoorvoertuigen
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 7 van 7 · 7 min

Een tram gaat voor. Waar geen agent of verkeerslicht het verkeer regelt, laat je hem voorgaan:
- ook als hij van links komt;
- ook als jij op een voorrangsweg rijdt;
- ook als jij het bord voorrang hebt.
Is de tram voorbij, dan geldt tussen de anderen weer de gewone voorrang. Regelt een agent of een verkeerslicht het kruispunt, dan volg je die.
Sta je op de sporen, dan maak je ze zo snel mogelijk vrij.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.