Wie of wat gaat voor?
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 1 van 8 · 9 min
Spreken een agent, een licht en een bord elkaar tegen, dan wint wat hoger staat:
- De bevelen van een bevoegd persoon, zoals een agent.
- De verkeerstekens: verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen.
- De verkeersregels, zoals voorrang van rechts.
Bijvoorbeeld:
- Een agent laat je stoppen bij groen licht: je stopt.
- Een bord legt 50 km/u op buiten de bebouwde kom: je rijdt 50, niet de gewone 70.
- Geen agent, geen licht, geen bord: dan pas geldt de gewone regel.
Werken de verkeerslichten, dan gelden de voorrangsborden op die plaats niet. Dat geldt niet voor:
- het oranjegeel knipperlicht: daarbij gelden de voorrangsborden gewoon;
- de lichten boven de rijstroken: die regelen geen voorrang;
- de borden waarmee fietsers door rood rechtsaf of rechtdoor mogen: die blijven gelden.
Een verkeersteken geldt alleen als het de juiste vorm heeft, goed zichtbaar is en volgens de regels geplaatst is. Een bord dat plat in de gracht ligt, verplicht je tot niets.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.