Rood, oranjegeel en groen
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 3 van 8 · 9 min

Een rond verkeerslicht geldt voor jou als het rechts van je rijbaan staat. Boven of links van de rijbaan mag het herhaald worden. Staat het alleen links, dan geldt het niet voor jou.
- Rood: je stopt vóór de stopstreep, of vóór het licht als er geen streep is.
- Oranjegeel: je stopt ook, tenzij je al zo dichtbij bent dat je niet meer veilig kunt stoppen. Dan rijd je door, zonder anderen in gevaar te brengen.
- Groen: je mag doorrijden, als het kruispunt vrij is.
De lichten wisselen in deze volgorde: groen, oranjegeel, rood, en dan weer groen. Tussen rood en groen zit geen oranjegeel. Rood brandt bovenaan, groen onderaan.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.