Dimlicht en grootlicht
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 2 van 6 · 6 min

Vooraan rijd je met dimlicht of grootlicht, of met allebei tegelijk. Vooraan branden dan ook de standlichten mee, achteraan de rode lichten.
In vier gevallen schakel je het grootlicht uit en rij je met dimlicht:
- er komt een tegenligger aan. Doe het op tijd, zodat hij veilig verder kan, en zeker zodra hij kort met zijn grootlicht knippert;
- je nadert een trein, tram of boot waarvan de bestuurder verblind kan worden;
- je rijdt minder dan 50 meter achter een ander voertuig, behalve terwijl je het inhaalt;
- de weg is doorlopend verlicht, zodat je ongeveer 100 meter ver duidelijk ziet.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.